×

×

Jan Willem van de Groep

programmaregisseur Building Balance

Jan Willem van de Groep

“Om in de bouw de CO2 footprint omlaag te krijgen, kun je niet zonder biogrondstoffen”

Het programma Building Balance initieert, stimuleert en ondersteunt de ontwikkeling van nieuwe ketens met biobased materialen, van boer tot bouwer, of zoals ze het zelf zeggen: van land tot pand. De ketens zijn bij voorkeur kort en regionaal en creëren waarde voor de betrokken boeren. Jan Willem van de Groep werkte eerder aan energietransitie en is sinds 2020 aan de slag met het versnellen en opschalen van biogrondstoffen in de bouw. Hij begon daarmee op verzoek van het ministerie van LNV en kreeg gaandeweg de opdracht om het programma Building Balance te ontwikkelen, waar hij nu programmaregisseur is. 

Building Balance wordt gefinancierd door het ministerie van LNV en ontvangt ook middelen vanuit het ministerie van BZK, zeven Provincies en de Rabobank. Sinds dit jaar is Van de Groep ook projectleider voor de totstandkoming van het interdepartementaal opschalingsplan voor biobased bouwen. “We willen binnen zeven jaar naar 50.000 hectare vezelteelt."

Wat is jouw motivatie om te werken aan biogrondstoffen in de bouw?

“Ik vind het halen van klimaatdoelen een belangrijk ding en ook dat ik daar een bijdrage aan moet leveren. In de bouw is dat nog best lastig om voor elkaar te krijgen. Ik denk dat het halen van de Parijse klimaatdoelen in de bouw heel lastig is, zo niet onhaalbaar. De nadruk lag tot voor kort ook erg op energie en niet op de CO2-footprint van het bouwen zelf. Om in de bouw de footprint omlaag te krijgen is het gebruik van biogrondstoffen hard nodig: voor 80% moet het daar wel vandaan komen denk ik, want hergebruik blijft bij het huidige bouwtempo een niche. Ik heb een achtergrond in de energietransitie maar moet zeggen dat deze beweging leuker is om aan te trekken. Het is veel aaibaarder, je komt met een verhaal waarbij je de landbouw aan de bouwsector koppelt en er eigenlijk allemaal win-win situaties ontstaan. Die zijn zo logisch dat het verhaal om die reden ook altijd wel aanslaat.”

Wat is de werkwijze van Building Balance?

“We werken samen met de provincies en met de regio's, met boeren, corporaties, de hele bouwsector, we doen het nooit alleen. Bij de ene regio gebeurt het vanuit de boeren en start je dus vanuit de landbouwkant. De andere keer is het veel meer vanuit de gemeentes. Het kan ook een ondernemer zijn die iets heeft gehoord en zegt ‘Daar moeten we in onze regio ook mee aan de slag'. Het is onze rol om daartussen te zitten en om het ook echt te laten gebeuren. Iedere regio heeft zijn eigen dynamiek daarbij en soms moet je in de ene regio meer doen dan in de andere regio. Dus over het algemeen ontstaat er vanzelf een bepaalde regiodynamiek en dan is het vooral de kunst om dat te versterken.”

Kun je een voorbeeld noemen?

“In Brabant zijn we met een paar hele mooie ketenprojecten bezig. We hebben daar inmiddels een team van vier mensen rondlopen. We zijn er deals aan het sluiten met woningcorporaties door met hen de dialoog aan te gaan: Hoeveel daken ga je isoleren de komende zeven jaar? Heb je er al eens over nagedacht dat dat ook kan met biobased bouwmaterialen? Weet je wel dat het zelfs kan met bouwmaterialen in een straal van tien kilometer om je werkgebied heen en zullen we een afspraak maken met de boeren die dat voor je kunnen doen? De eerste 150 hectare vezelteelt is dit jaar geplant en gezaaid en de dertien woningcorporaties hebben ook echt toegezegd om een afnamegarantie te geven. Die afnamegarantie creëert ook weer commitment bij de partijen uit de landbouwsector.”

Alle boeren aan de vezelteelt?

“De agrariër die bieten en aardappelen teelt moet dat zeker blijven doen. Vezelteelt is zeker niet een vervanging van onze voedselakkerbouw. Het is juist heel goed te combineren als rotatieteelt in akkerbouwplannen en daarnaast zijn het gewassen die ook heel goed passen in extensiveringsgebieden waar boeren moeten afschalen met vee. Dit kan een alternatief verdienmodel vormen voor die boeren. Wat we dus vooral proberen is om een minimal economy of scale te realiseren. Dat betekent dat we zo min mogelijk verwerking willen, dus de vezel zo puur mogelijk inzetten. Zo min mogelijk stappen in de keten, de boer zo dicht mogelijk bij de verwerker, levert toch het hoogste hectaresaldo op voor de boer. Zonder de boer hebben we geen vezels, dus je moet dan ook zorgen voor een goed verdienmodel voor die boeren. Ik vind dat ook wel een uitdaging om te kijken of we echt een alternatief bieden voor die intensieve landbouw. Kunnen we de opbrengst van vezelteelt dusdanig op een niveau brengen dat boeren kunnen zeggen: als ik daar nou op overstap, dan hoef ik niet uitgekocht te worden, dan kan ik ook gewoon door blijven gaan.”

Er zit toch best een afstand tussen een agrariër en een woningbouwcorporatie?

“Ja, al zie je dat al langzaamaan dichter naar elkaar kruipen. Dat is nou net het issue natuurlijk, dat is de reden van ons bestaan en daar komt de naam Building Balance vandaan. Dat betekent het in balans brengen van vraag en aanbod. Heel veel aanbod leidt niet per definitie tot heel veel vraag. En heel veel vraag leidt niet per definitie tot heel veel aanbod. Dat heeft heel veel verschillende redenen, maar één ding is wel zeker: dat moet je wel op een bepaalde manier gelijktijdig ontwikkelen. Vraag, aanbod en ook de industriële ontwikkeling die daar tussenin zit. Het is onze belangrijkste rol om dat juist voor elkaar te boksen.”

Welke producten heeft het tot nu toe opgeleverd?

“Je hebt eigenlijk vier dominante gewassen op dit moment: vlas, hennep, miscanthus en tarwestro. Die zijn ook het meest kansrijk om met de kennis die we nu hebben snel mee aan de slag te gaan. Je kunt daar ongeveer zeven verschillende producten (per gewas, red.) van maken. We hebben isolatie in verschillende vormen, gebonden plaatmaterialen, ongebonden plaatmaterialen, strobalen. Het zijn allemaal relatief simpele producten die vandaag geproduceerd kunnen worden.”

Wat willen jullie in 2030 bereikt hebben?

“Ons streven is om in 2030 naar 30% biologische vezels te gaan en om een flinke slag gemaakt te hebben met het gebruik van houtbouw, want we stimuleren beide. En ik hoop dat we in 2030 hebben kunnen laten zien dat het echt helpt om de bouwsector een flinke klap te laten maken op het gebied van verlaging van hun CO2 footprint. En dat we ook een substantieel aandeel aan de landbouwkant mee hebben geholpen om de stikstofdruk te verlagen en voor die boeren een nieuw perspectief georganiseerd te hebben. Het zou natuurlijk heel mooi zijn als ze wederzijds aan elkaar dat perspectief kunnen bieden en dat daar de waarde wordt uitgekeerd aan die boeren.”

Wat is je oproep aan de bouwsector?

“De bouwsector zal op de een of andere manier de oude bouwpraktijk los moeten laten en vernieuwing omarmen. Dat is misschien wel de zwaarste opgave. De bouwsector is toch een sector die geneigd is om snel uit te leggen waarom heel veel nieuwe dingen niet kunnen. Aan de andere kant bouwden we vroeger al heel, heel erg lang met lokale, biobased materialen en is dit in Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland gewoon gangbare bouwpraktijk. Er zijn normen voor, er zijn prachtige voorbeelden van, dus er is eigenlijk weinig op tegen. Je moet er echt wel voor open gaan staan, want op een gegeven moment kan natuurlijk de wal het schip keren. We hebben dat bij gasloze nieuwbouw gezien. Toen ik in 2010 zei dat nieuwbouw in 2020 gasloos zou zijn, keek iedereen mij een beetje meewarig aan. In 2018 heeft het kabinet besloten om binnen drie maanden gasloze nieuwbouw voor te schrijven. Datzelfde kan ook met biobased materialen gebeuren. En daar wil je dan maar liever bij zijn.”